Polen

POLEN (ROOD EN BLAUW OOG)

Land van herkomst: Nederland/Duitsland


Korte geschiedenis van het ras:
Het Pooltje is de continentale versie van de Polish Rabbit. Beide rassen hebben dezelfde voorouders maar hebben door selectieve fokkerij een heel verschillend uiterlijk gekregen. De eerste albino Polish Rabbits kwamen rond het einde van de 19e eeuw in Duitsland en later in Nederland terecht. Het ras werd in 1907 in Nederland erkend. In het midden van de vorige eeuw gingen de Duitse en Nederlandse fokkers zich toelgeen op het fokken van een nog kleiner Pooltje en wilde men ook de lichaamsvorm, kopvorm en oorlengte verder verkleinen. Hierdoor kampte een groot gedeelte met vruchtbaarheidsproblemen. Later heeft men de eisen versoepeld en mochten de dieren wat groter zijn. In 1969 werden ze naar Amerika geëxporteerd en daar vormen ze een van de populairste konijnenrassen.

Rasbeschrijving:
Kop: bolrond, breed voorhoofd, brede wangen, sterk gebogen neusbeen, relatief grote en bolle ogen

Oren: 5 cm, smal en fijn van structuur, dicht tegen elkaar aan staand

Lichaam: sterk gedrongen bouw, korte nek, fijne en rechte pootjes, korte voetjes.

Vacht: kort en glanzend, veel onderwol, zacht aanvoelend

Kleur: pigmentloos, spierwit met rode of blauwe ogen

Gewicht: maximaal 1 kilo

Karakter: blauwogige zijn wat levendiger dan de roodogigen,

Bijzonderheden:
De Pooltjes zijn erg geliefd als huisdier

Parelgrijze van Halle

Korte geschiedenis van het ras:

Over de oorsprong van dit ras is weinig bekend, men neemt aan dat deze konijnen afkomstig zijn van de Belgische konijnenfokker Vervoort uit Halle die in een nestje van zijn Havana’s konijnen ontdekte met deze bijzondere vachtkleur en daarmee verder gefokt heeft. Een strijdpunt is de oogkleur: de eerste konijnen hadden volgens de literatuur bruine ogen en dit wordt nog steeds in de rasstandaard voorgeschreven. Echter genetisch is het onmogelijk om konijnen met deze vachtkleur te fokken met een andere kleur dan grijsblauwe ogen.

Rasbeschrijving:
Kop: breed, rond en kort met uitgesproken wangen

Oren: lengte van ca. 9 cm, staan rechtop tegen elkaar aan

Lichaam: kort en geblokt, goed gevuld, zeer korte nek.

Vacht: normale lengte, fijn van structuur, normale hoeveelheid onderwol

Kleur: heel zacht grijsblauw met een lichte platinaglans

Gewicht: tussen 2 en 2,5 kilo

Karakter: vriendelijk en toeschietelijk

Land van herkomst: België

Bijzonderheden:
Dit ras wordt voornamelijk door sportfokkers gehouden maar zou zeker zeer geschikt zijn als gezelschapsdier.

Parelfeh

Korte geschiedenis van het ras:

Dit ras werd aan het begin van de 20e eeuw ontwikkeld. Het oorspronkelijke fokdoel was een konijnenras te ontwikkelen dat veel gelijkenis moest vertonen met de Siberische Eekhoorn. De fokker noemde zijn ras Düsseldorfer Perlfeh. Gelijktijdig ontwikkelde een andere fokker de Augsburger Perlfeh. Deze twee rassen werden in de loop der tijd samengevoegd en hebben een ras gevormd dat we tegenwoordig kennen als Parelfeh.

Parelfeh

Rasbeschrijving:
Kop: goed ontwikkeld, breed en vooral niet lang

Oren: lengte van ca. 11 cm, afgeronde toppen

Lichaam: kort, vierkant gebouwd, brede borst, schouders, rug en een soepel afgeronde achterhand, korte en gespierde nek.

Vacht: kort, zacht aanvoelend, veerkrachtig, glanzend, dicht tegen het lichaam aanliggend, dicht ingeplant.

Kleur: blauwgrijs en de haaruiteinden hebben een wisselende kleurschakering dit word pareling genoemd. De buik, delen van de poten, onderkant van de staart zijn wit evenals de randen rond de ogen, een lijntje rondom de hals en de binnenkant van de oren.

Gewicht: tussen 2 en 3,5 kilo

Karakter: levendig en vriendelijk, goedaardig.

Land van herkomst: Duitsland

Bijzonderheden:
De Parelfeh geniet een grote belangstelling vanuit de fokkerswereld op het vasteland van Europa.

Papillon

Korte geschiedenis van het ras:

De Papillon stamt uit Engeland ondanks zijn Franse rasnaam. De Papillon is een van de opvallendste en populairste konijnenrassen. Het werd in het midden van de 19e eeuw ontwikkeld uit verschillende rasloze, gevlekte konijnen die leken op de Lotharinger. Het werd voor het eerst in 1849 omschreven. De fokkers wilden graag een mooi konijn fokken met een bijzondere aftekening, een “luxe” konijn dus. Het ras was tussen 1850 en 1860 bijzonder populair maar raakte in vergetelheid. Twintig jaar later doken ze weer op. De eerste dieren hadden bijna alleen een zwarte vlektekening. Pas later werden de driekleurige dieren geïntroduceerd. De eerste Papillons kwamen in 1889 op het Europese vasteland terecht. De naam Papillon betekent vlinder en verwijst naar de vlindertekening op de neus.

Papillon

Rasbeschrijving:
Kop: klein met een duidelijk zichtbare hals van normale lengte

Oren: lengte van ca. 11 cm.

Lichaam: slank, lang lichaam, stevige poten, recht en qua lengte in verhouding met het lichaam.

Vacht: kort, glanzend, dicht ingeplant, tegen het lichaam aanliggend, zacht aanvoelend.

Kleur: Papillons worden in veel verschillende kleuren gefokt, de meeste voorkomende kleuren zijn zwart en blauw, maar ook konijnengrijs (licht bruingrijze dekkleur met zwarte ticking), ijzergrauw (lichtgrijze dekkleur met zwarte ticking), blauwgrijs (licht bruingrijze dekkleur met blauwgrijze ticking), havanabruin, madagaskar, isabella. Daarnaast zien we nog driekleur d.w.z. de aftekening op de witte ondergrond bestaat uit twee kleuren. De oogkleur is aangepas aan de lichaamskleur.

Gewicht: tussen 2,5 en 3,5 kilo

Karakter: vriendelijk, attent en levendig.

Land van herkomst: Engeland

Bijzonderheden:
Het fokken van Papillons is nog niet zo eenvoudig omdat het kruisen van twee Papillons een nestje geeft met de helft Papillons, een kwart eenkleurige konijntjes en een kwart vrijwel witte konijntjes.

Nieuw Zeelander


Korte geschiedenis van het ras
De naam van de Nieuw-Zeelander geeft wel eens aanleiding tot verwarring, omdat dit konijnenras niet uit Nieuw-Zeeland stamt, maar oorspronkelijk gefokt is in de Verenigde Staten. Het is ook geen familie van de Rode Nieuw-Zeelander, ook al draagt het dezelfde naam. De eerste Witte Nieuw-Zeelanders werden gefokt in 1916, in het plaatsje Rippon, Californië. De heer Preshaw fokte zowel voor de vlees- als bontindustrie. Daarvoor moesten de dieren niet alleen redelijk vol van bouw zijn, ook de struktuur en kwaliteit van de pelsen waren belangrijk. Men gaat ervan dat in elk geval de Angora deel uit heeft gemaakt van de selectie. Binnen korte tijd was het ras, Witte Nieuw-Zeelander genaamd, een geliefd bont- en vleesras dat in groten getale in fokkerijen in de Verenigde Staten gehouden en gefokt werden. Het heeft nog lang geduurd voordat het ras zijn weg vond naar de liefhebbers. In het begin waren alleen de witte exemplaren bekend en erkend. De zwarte variant van dit ras is in Engeland pas laat tot ontwikkeling gekomen.

Nieuw-Zeelander

Rasbeschrijving
Kop: opvallend breed met flinke wangen

Oren: gemiddelde lengte van 11 cm

Lichaam: licht gestrekte lichaamsbouw en een breed, gespierd lichaam, de achterhand is vol en mooi afgerond. De poten zijn kort en krachtig evenals de nek.

Vacht: de vacht is van normale lengte, dicht ingeplant en veel onderwol.

Kleur: de vachtkleur is wit, blauw en zwart.

Gewicht: tussen 4 en 5 kilo

Karakter: rustige, betrouwbare konijnen soms flegmatiek.

Land van oorsprong: Verenigde Staten

Bijzonderheden:

De Nieuw-Zeelander met blauwe vachtkleur komt buiten Engeland nauwelijks voor, en ook de zwarte variant is niet overal ingeburgerd. De konijnen ontwikkelen zich relatief snel.

Nederlandse Hangoor dwerg

Korte geschiedenis van het ras

De Nederlandse Hangoord werg is een Nederlands ras, vrijwel gelijktijdig maar onafhankelijk van elkaar gefokt door A. de Cock en E.J. Schrey. In 1952 vatte A. de Cock het plan op om een miniatuurversie van de Franse Hangoor te fokken. Hij kruiste hiervoor een Franse Hangoorvoedster met een Kleurdwergram in de kleurslag blauw-marter. De jonge konijntjes hadden tot zijn spijt geen hangoortjes en ook een terugkruising van een van de jongen met een Franse Hangoor had niet het gewenste effect. Met de inbreng van de Engelse Hangoor had hij meer succes, al werden er veel konijnen geboren die een staand en een hangend oor hadden, of waarvan beide oren stonden. Het heeft hem uiteindelijk twaalf jaar selectie en inspanning gekost om tot een klein hangoorras te komen.
In 1964 toonde hij zijn nieuwe ras voor het eerst aan het grote publiek. In datzelfde jaar werd het ras door de Nederlandse konijnenfokkersbond officieel erkend. De heer Schrey begon met het fokken van een miniatuurversie van de Franse Hangoor omstreeks 1962. Hij ontwikkelde zijn ras uit Papillons, Kleurdwergen en Franse Hangoren. Vier jaar later presenteerde hij zijn dieren. In de begin periode waren het vooral de madagaskarkleurige, konijngrijzen en ijzergrauwe dieren die veel op tentoonstellingen te bewonderen. De andere kleuren werden pas later ontwikkeld. In Engeland werd het ras in 1968 ingevoerd en daar kreeg het in 1976 een officiële erkenning. In 1969 werd de eerste Nederlandse Hangoor dwerg naar de Verenigde Staten geëxporeerd waar vooral de albino´s en marterkleuren binnen korte tijd mateloos populair werden.

Rasbeschrijving
BOUW: Kort en gedrongen, halsloos, type. Breed in schouders en borst. De nek is kort en krachtig ontwikkeld. De ruglijn loopt vanuit de nek met een lichte welving naar de fraai afgeronde achterhand. De afronding van de brede achterhand verloopt in een korte ronding. De benen zijn stevig, kort en dik.

VACHT: De vacht is dicht, zacht en glanzend met veel onderwol. De ideale pelsconditie bij het tentoonstellingsdier is een geheel doorgehaarde pels, zonder dun behaard of kaal plekje. de verharing herkent men duidelijk aan het grannenhaar, het oude, afstervende en het nagroeiende, krachtig gekleurde haar is zichtbaar en te onderscheiden. Niet enkele in het rond vliegende haren, maar flink loslatend haar is als verharing te beschouwen. De pels moet vol ingehaard, glanzend en aanliggend zijn.

KOP: De kop dient sterk ontwikkeld zijn, breed tussen de ogen met sterk ontwikkelde wangen en snuit. Het neusbeen is sterk gebogen. Bij de ram is een kleine kin-knobbel toegestaan. Hieronder verstaat men een aanhangseltje, zo gering mogenlijk.

OREN: De oorlengte bedraagt 21 tot 26 cm. Ze worden gemeten van oorpunt tot oorpunt met inbegrip van de schedelbreedte. De oren hangen loodrecht naar beneden met de schaalopening naar de kop gekeerd. Aan het uiteinde zijn ze lepelvormig afgerond. Hoe dikker en steviger de oren zijn, hoe beter. Vouwen en plooien in de oren zijn foutief. Door de ombuiging van de oren aan de wortels ontstaan twee zichtbare verhogingen, kronen genaamd. Deze moeten sterk ontwikkeld zijn.

KLEUR: De Nederlandse Hangoor dwerg is erkend in de volgende kleuren: Konijngrijs, Konijngrijs bont, IJzergrauw, IJzergrauw bont, Blauwgrijs, Blauwgrijs bont, Blauwgrauw, Blauwgrauw bont, Zwart, Zwart bont, Blauw, Blauw bont, Madagascar, Madagascar bont, Isabella, Isabella bont, Midden sepiabruin marter, Midden blauw marter, Midden geel marter, Sallander, Wit met rode ogen en Wit met blauwe ogen.

Gewicht: ongeveer 1,5 kilo

Karakter: vriendelijk en levendig.

Land van oorsprong: Nederland.

Bijzonderheden
In de meeste landen is het ras zo populair dat het behoort tot de top tien van populaire konijnenrassen. Dit konijn is als huisdier voor kinderen heel geschikt. In Engeland kent men twee versies van deze konijntjes. De Dwarf Lops hebben een gewicht tussen de 1800 en maximaal 2500 gram, de Miniature Lops hebben een gewicht tussen de 1500 en 1700 gram.

Meissner Hangoor

Korte geschiedenis van het ras

De Meissner Hangoor is een Duits konijnenras dat zijn bestaan te danken heeft aan konijnenfokker R. Beck uit het Duitse Meiszen. Aan het eind van de 19e eeuw kruiste hij hangoorkonijnen en, naar wat men aanneemt, Klein of Groot Zilvers met elkaar om een hangoorras te creëren met de zilverfactor. Het eerste exemplaar van dit ras een zilverzwart dier, werd in 1906 onder de rasnaam Meissner Widder op een tentoonstelling uitgebracht. In het begin was alleen de zwarte kleur erkend. Andere kleuren zoals bruin, blauw en geel werden pas later ontwikkeld, door het inkruisen van andere rassen.

Meissner hangoor

Rasbeschrijving
Kop: fors en breed met flinke wangen, het gedeelte tussen de ogen is breed en de neusrug is gebogen.

Oren: flink ontwikkeld en beslist niet dun of slap, hangen langs de kop loodrecht naar beneden en mogen beslist geen plooien of vouwen vertonen. Bij de aanzet van het oor zijn flinke knobbels zichtbaar “kronen” en zijn zeer gewenst bij de ras. Het uiteinde van elk oor is mooi afgerond. De oren zijn gemeten van punt tot punt, inclusief de schedel, 38 tot 42 cm.

Lichaam: matig gestrekt met korte, flink gespierde poten, het lichaam is breed en goed gevuld, de hals is erg kort en vooral gespierd en breed. De rugbelijning is licht gewelfd en de brede, volle achterhond loopt mooi rond.

Vacht: behoort dicht en zacht te zijn en moet glanzen. Het haar staat niet af, maar ligt tegen het lichaam aan, het moet wat langer zijn dan dat van de echte kortharige rassen.

Kleur: konijngrijs, zwart, geel, blauw en bruin. Er wordt gestreefd naar een verzilvering die zo gelijkmatig mogelijk is. De kleur van de ogen is aangepast aan de vachtkleur.

Gewicht: tussen 3,5 en 5,5 kilo

Karakter: rustig en aanhankelijk.

Land van herkomst: Duitsland

Bijzonderheden
Dit ras is bij het grote publiek vrijwel onbekend, maar heeft onder fokkers een kleine, trouwe aanhang. Het ras komt voor in Duitsland en de omliggende landen, maar is daarbuiten nauwelijks op tentoonstellingen te zien.

Jonge konijnen van dit ras hebben in eerste instantie een effen gekleurde pels. De verzilvering begint zich pas te ontwikkelen als de dieren vijf tot zes weken oud zijn.

Marburger Feh

Dit konijnenras is ontwikkeld door mevrouw Sandemann. Zij startte in 1916 haar fokprogramma en kruiste Blauwe Weners met Havana’s, de dieren uit deze kruisingen kruiste ze met Zilvers. Het ras werd in 1920 in Duitsland erkend. De rasnaam is afkomstig van de woonplaats van mevrouw Sandemann. De Marburger Feh heeft een belangrijke rol gespeeld bij de ontwikkeling van de Luchs.

Marburger feh

Rasbeschrijving:
Kop: breed en vrij kort

Oren: lengte van ca. 11 cm, afgeronde toppen

Lichaam: kort, wat vierkant, brede borst, schouders en rug, soepel afgeronde achterhand. Korte en gespierde nek.

Vacht: kort, zacht aanvoelend, veerkrachtig, glanzend, dicht tegen het lichaam aanliggend.

Kleur: blauw met een subtiele bruine waas. Ogen blauwgrijs

Gewicht: tussen 2 en 3,5 kilo

Karakter: levendig en vriendelijk.

Land van herkomst: Duitsland

Bijzonderheden:
De invloed van Zilverkonijnen is zo nu en dan nog merkbaar als er dieren geboren worden die verzilverde haartoppen ontwikkelen.

Marter

Land van herkomst: Engeland


Korte geschiedenis van het ras:
Zoals wel meer konijnenrassen werd de Marter vrijwel gelijktijdig in verschillende landen ontwikkeld, waarvan Engeland er het eerste bij was. D.W. Irving kruiste in het begin van de 20e eeuw zijn Russen met Chincilla’s. De dieren die daaruit voortkwamen hadden donkerder extremiteiten en een lichtere lichaamskleur maar minder contrastrijk dan die van de Rus. Hij bracht zijn dieren in 1920 uit op een tentoonstelling. Tegenwoordig is de Marter, die in Engeland Siamese Sable wordt genoemd, een bekende verschijning op tentoonstellingen. De rasnaam Marter is afgeleid van de in het wild levende marter die eenzelfde soort kleurstelling heeft.

Rasbeschrijving:
Kop: goed geprononceerd.

Oren: lengte van ca. 11 cm

Lichaam: enigszins gestrekt, mooi vol, krachtige poten.

Vacht: normale lengte, veel onderwol, heel zacht, fijn van structuur

Kleur: blauw, sepiabruin, gel.

Gewicht: tussen 2,5 en 3,5 kilo

Karakter: levendig en vriendelijk

Bijzonderheden:
Dit ras wordt vanwege de bijzondere kleurstelling, het handzame formaat en het vriendelijke karakter veel gehouden als gezelschapsdier

Luchs

Land van herkomst: Duitsland


Korte geschiedenis van het ras:
Dit ras werd ontwikkeld in de plaats Düsseldorf door de fokker die ook verantwoordelijk was voor de Parelfeh. Hij gebruikte voor zijn creatie onder meer Parelfeh en Marburger Feh, Tan en Marter. De Luchs was voor het eerst in 1919 op een tentoonstelling in Duitsland te zien en het ras werd in 1922 erkend.
Het ras werd naar verschillende Europese landen geëxporteerd en komt tegenwoordig in vrijwel heel Europa voor.

Rasbeschrijving:
Kop: goed ontwikkeld, breed en vooral niet lang

Oren: lengte van ca. 11 cm, afgeronde toppen

Lichaam: kort, vierkant gebouwd, brede borst, brede schouders, brede rug en een soepel afgeronde achterhand, korte en gespierde nek.

Vacht: kort, zacht aanvoelend, veerkrachtig, glanzend, dicht tegen het lichaam aanliggend

Kleur: grondkleur is zuiver wit, de tussenkleur is warm roodgeel en de uiteinden van de haren zijn zilverblauw. De buiken, delen van de poten en de onderkant van de staart zijn wit, evenals de randen rond de ogen, de neus, een lijntje rondom de hals en de binnenkant van de oren. Op de witte gedeelten is de grondkleur blauw. Grijsblauwe ogen.

Gewicht: tussen 2 en 3,5 kilo

Karakter: levendig en vriendelijk, goedaardig.

Bijzonderheden:
De Luchs is een echt tentoontellingskonijn. Dat het konijn nog niet veel als huisdier wordt gehouden komt waarschijnlijk door zijn slechte bekendheid. Hij zou uitermate geschikt zijn als huisdier.